De planttechnieken: een uitstekende oplossing voor de vissen

Naast het feit dat met de planttechnieken een herstel van de oevers mogelijk is door ze hun natuurlijke functie terug te geven, is gebleken dat deze technieken eveneens leiden tot de terugkeer van allerhande vissoorten en met name zeer jonge vissen.

In het kader van haar missie om constructiewerken uit te voeren en te herstellen, is de Interregionale Directie van het Noordoosten (DIR NE) van de publieke instelling Voies Navigables de France (Waterwegen van Frankrijk - VNF) sinds jaren bezig met de restauratie van de oevers door middel van planttechnieken.

Om de milieu-impact van deze werkzaamheden te meten en te beschikken over de nodige ervaring om de gebruikte technieken te optimaliseren, vindt een ecologische follow-up plaats sinds 2007.
Die heeft betrekking op een studie van de waterkwaliteit in samenhang met de oevers, vissen (in het bijzonder kleine vissen) en ongewervelde dieren in het aquatische milieu. 



Voor wat de vissen betreft, wijzen de resultaten sinds de start van de follow-up erop dat de oevers die hersteld zijn m.b.v. planttechnieken nagenoeg dezelfde aantrekkingspunten hebben voor het visbestand als de natuurlijke oevers.
Wanneer de omstandigheden gunstig zijn, installeert de Interregionale Directie Noordoost van VNF ook hydraulische zijvertrekken (met de bedoeling paaiplaatsen te creëren), die een natuurlijk uitzicht hebben maar volledig door de mens gebouwd zijn, in de buurt van de oevers die dankzij de planttechnologie herleven.
De oevers die behandeld zijn met schotbalken of stortmateriaal, bieden daarentegen niet de ideale omstandigheden voor het visbestand.



Voor de ongewervelde dieren is het panorama minder duidelijk
Zelfs al lijken de resultaten aan te geven dat de planttechnieken iets betere resultaten opleveren dan de oevers behandeld met schotbalken, kunnen geen sluitende conclusies worden getrokken. Dit punt zal het onderwerp uitmaken van een volgende studie.

Wat de waterkwalitieit betreft, wijzen metingen op een degelijke kwaliteit voor alle bestudeerde plaatsen, al is geen duidelijk verschil merkbaar tussen de verschillende installaties.


Daarnaast zijn op basis van deze studies technische criteria uitgewerkt waarmee de functies van de oevers die van natuurlijke oevers zo dicht mogelijk benaderd konden worden, zoals bijvoorbeeld het bevorderen van de overstroming van planten boven aan de oevers, de constructie van bermen met een minimumbreedte van een meter, de creatie van beschermde kreken voor de techniek toegepast wordt...

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met het arrondissement Water en Milieu van de DIR NE op 03 83 35 36 80 of via e-mail naar aeau.sn-nord-est@developpement-durable.gouv.fr



Methodologische elementen:

Voor de studie van het visbestand maakt het studiebureau gebruik van elektrische visserij om de aanwezige soorten, het aantal vissen per soort en hun ontwikkelingsstadium te bepalen.

Voor de macroscopische invertrebrata (zichtbaar met het blote oog) worden op verschillende plaatsen langs de oever en in de waterloop monsters genomen. Met de telling van de individuele exemplaren en soorten kan een beeld gevormd worden van de algemene kwaliteit van de omgeving waarin ze leven.

Op verschillende plaatsen verdeeld over de rivieren en kanalen van het Noordoosten, wordt vergeleken tussen de natuurlijk geërodeerde oevers en oevers hersteld met planttechnieken enerzijds, en tussen de oevers behandeld met een "harde" techniek (bescherming met schotbalken of stortsteen) en oevers hersteld met planttechnieken anderzijds.
Woordenlijst:

  • Macroscopische invertebrata: kleine dieren die leven in, of een deel van hun levenscyclus doorbrengen op de bodem van de waterlopen en kanalen, van de oevers tot het centrum van de bedding, op het oppervlak van of in de sedimenten (weekdieren, wormen, insectenlarven, kleine schaaldieren).Deze dieren zijn gevoelig voor de milieu-omstandigheden en bepalen mee de kwaliteit van het aquatische milieu.
  • Schotbalken: elementen voor de bescherming van de oever, meestal uit metaal. De schotbalken zijn in de bodem gegraven en vormen een sluitend geheel, de zogenaamde damwand, hetgeen de aarde van de oevers tegenhoudt en zorgt voor ondoordringbaarheid.
  • Elektrische visserij: met de elektrische visserij wordt een zwakke elektrische stroom toegepast op de waterloop met behulp van een geleidende stang die eindigt op een ring, gevoed door een batterij. Door de lichte elektrische schok komt de vis bovendrijven, waar hij gemakkelijk gevangen kan worden met een schepnet. Deze vistechniek is voorbehouden voor speciaal opgeleide personen die een vergunning hebben daarvoor. Ze mag enkel toegepast worden voor het uitvoeren van studies of om de vissen te verplaatsen bij werkzaamheden.
    Nadat ze er terug bovenop zijn, worden de vissen opnieuw losgelaten in hun natuurlijke omgeving.

Plan du site   |     |   Info Editeur  |   Contact
©Voies navigables de France (VNF), Établissement Public Administratif - Direction territoriale Nord-Est